Ik denk dat het onderwerp wel voor zich spreekt.
Kan iemand me hierbij helpen?
Ik weet dat de bandgap dan groot is, groter dan +- 3eV maar waarom?
waarom was blauwe led maken zo moeilijk?
Licht bestaat uit elecktromagnetische pulsjes, ook dat van leds. Die pulsjes energie ontstaan telkens in de led een elektron over de spanningsbarriere springt die door de junctie van twee verschillend gedopeerde halgeleidermaterialen gevormd wordt. Hoe groter de spanning over de halfgeleiderjunctie, hoe korter de golflengte van het lichtpulsje ook wel quantum genoemd. Dat is de wet van Planck.
Dus hoe meer het gewenste licht van rood naar blauw verschuift, hoe meer spanning over de halfgeleider moet. Daarom zijn de blauwe leds maar zo recent verschenen terwijl de rode al 40 jaar bestaan. Men had gewoon problemen om een geschikt materiaal te vinden dat betaalbaar en geschikt was voor massaproductie.
De spanning over een led wordt dus in principe bepaald door het halfgeleidermateriaal.
1,8V voor rood tot 3.5-4V voor blauw en wit.
Nu blijkt die theorie in de praktijk niet helemaal te kloppen.
ALs je kleine stromen door de led jaagt bvb 2 mA, dan klopt het wel min of meer.
Een felgroene led van 5000 mCd geeft bij 20 mA 3.3V, net zoveel als een blauwe. Hoe komt dat?
IR, rode en groene leds van het oude type met 500mCd lichtopbrengst bij 20 mA hebben een echte diodekarakteristiek met een zeer kleine dynamische weerstand. Dus een kleine spanningsverandering geeft een grote stroom verandering. Hierdoor is het veiliger een weerstand in serie te plaatsen.
De modernere leds gebruiken materiaal met een hogere intrinsieke weerstand. Hierdoor loopt de spanning bij een groene 5000 mCd led op van 2.2V bij 1mA naar 3.3V bij 20 mA.