GCS
Hoi, ik zag deze vraag als nieuwkomer en ondanks het feit dat de vraag niet zo heel recent meer is, dacht ik toch misschien nog een nuttige aanvulling te kunnen geven. Hopenlijk zie ik dat goed
.
De uitgang vormt zelf een hele lage weerstand.
Dit is niet zomaar even uit te leggen, tenzij je al een 'basiskennis' ervan hebt. Hier een poging om het zeer eenvoudig te houden : het hangt samen met het toevoeren van signaal op basis-collector en het afnemen van het resulterende signaal op de emitter-collector van de transistor. Bij de GCS is de output in fase met de input spanning EN de output zal altijd iets onder de inputspanning blijven ( spanningversterking kleiner 1 ) vanwege de specifieke manier van schakelen, zie ook hieronder.
Bij de GCS emittervolger ( collector gemeenschappelijk ) wordt de ingangsweerstand tussen basis en emitter VERMEERDERD met alfa-e + 1 ( dit betreft dus de wisselstroomversterking van een GCS ) maal de hiermee omhoog getransformeerde wisselstroomweerstand tussen emitter en ground.
Het effect is nu de lage uitgangsweerstand bij de kenmerkende spanningversterking van ( iets ) minder dan 1 ..... ook wil deze schakeling de outputspanning CONSTANT houden.
Als je precies wil weten hoe het werkt kan bijvoorbeeld het bekende ( signaal ) vervangschema volledige duidelijkheid brengen. Zie de internetbronnen.
De emitterspanning 'volgt' ( denk je een sinus op de input : diezelfde sinus zie je a. d. output, als het goed is ) de basisspanning. Deze is IN fase EN de spanningversterking is nagenoeg 1 ) : GCS heet daarom ook wel emittervolger .....
( qua spanning, het is echter uiteraard een stroomversterker ).
Slot :
als je een v.v. schema'tje tekent voor GCS dan kan je heel duidelijk zien dat er geldt :
input signaal op basis : delta Ube + delta Ue ( in serie tussen b en c )
outputsignaal op emitter : delta Ue ( tussen e en c ) =>
=> outputsignaalspanning is altijd delta Ube LAGER dan inputsignaalspanning ... dus iets minder dan een ( delta Ue < 1 ) : delta Ue = ( delta Ue )/( delta Ube + delta Ue ) < 1
in woorden : vanwege het vv schema kijk je als het ware naar binnen in de schakeling :
aan de GCS input 'zie' je de ingangs spanning die bestaat uit basisemitter spanning, opgeteld bij de basiscollector spanning en aan de GCS output 'zie' je de uitgangs spanning die bestaat uit diezelfde basiscollector spanning maar nu ZONDER de basisemitter spanning
de basisemitter spanning is klein ten opzichte van de basiscollector spanning : hieruit volgt dat de outputspanning iets kleiner is dan de inputspanning ( A < 1 ) , soms worden ze als gelijk aangenomen.
PS : alfa-e + 1 = alfa-c waarin alfa-e de wisselstroomversterking voorstelt voor GES en alfa-c die voor GCS .....
De uitgang vormt zelf een hele lage weerstand.
Dit is niet zomaar even uit te leggen, tenzij je al een 'basiskennis' ervan hebt. Hier een poging om het zeer eenvoudig te houden : het hangt samen met het toevoeren van signaal op basis-collector en het afnemen van het resulterende signaal op de emitter-collector van de transistor. Bij de GCS is de output in fase met de input spanning EN de output zal altijd iets onder de inputspanning blijven ( spanningversterking kleiner 1 ) vanwege de specifieke manier van schakelen, zie ook hieronder.
Bij de GCS emittervolger ( collector gemeenschappelijk ) wordt de ingangsweerstand tussen basis en emitter VERMEERDERD met alfa-e + 1 ( dit betreft dus de wisselstroomversterking van een GCS ) maal de hiermee omhoog getransformeerde wisselstroomweerstand tussen emitter en ground.
Het effect is nu de lage uitgangsweerstand bij de kenmerkende spanningversterking van ( iets ) minder dan 1 ..... ook wil deze schakeling de outputspanning CONSTANT houden.
Als je precies wil weten hoe het werkt kan bijvoorbeeld het bekende ( signaal ) vervangschema volledige duidelijkheid brengen. Zie de internetbronnen.
De emitterspanning 'volgt' ( denk je een sinus op de input : diezelfde sinus zie je a. d. output, als het goed is ) de basisspanning. Deze is IN fase EN de spanningversterking is nagenoeg 1 ) : GCS heet daarom ook wel emittervolger .....
Slot :
als je een v.v. schema'tje tekent voor GCS dan kan je heel duidelijk zien dat er geldt :
input signaal op basis : delta Ube + delta Ue ( in serie tussen b en c )
outputsignaal op emitter : delta Ue ( tussen e en c ) =>
=> outputsignaalspanning is altijd delta Ube LAGER dan inputsignaalspanning ... dus iets minder dan een ( delta Ue < 1 ) : delta Ue = ( delta Ue )/( delta Ube + delta Ue ) < 1
in woorden : vanwege het vv schema kijk je als het ware naar binnen in de schakeling :
aan de GCS input 'zie' je de ingangs spanning die bestaat uit basisemitter spanning, opgeteld bij de basiscollector spanning en aan de GCS output 'zie' je de uitgangs spanning die bestaat uit diezelfde basiscollector spanning maar nu ZONDER de basisemitter spanning
de basisemitter spanning is klein ten opzichte van de basiscollector spanning : hieruit volgt dat de outputspanning iets kleiner is dan de inputspanning ( A < 1 ) , soms worden ze als gelijk aangenomen.
PS : alfa-e + 1 = alfa-c waarin alfa-e de wisselstroomversterking voorstelt voor GES en alfa-c die voor GCS .....